Politiek / bestuur

In 1731 was Rudolf de Mepsche verantwoordelijk voor de sodomieprocessen als gevolg waarvan 21 mannen te Zuidhorn om het leven zijn gebracht.

YouTube film hierover: https://youtu.be/efPYwzRx0zg

Rudolf de Mepsche

Rudolf de Mepsche, heer van het Faan, woonde sinds ongeveer 1714 op de voormalige borg Bijma. Hij trouwde in 1718 met Suzanna Alberda van Sandeweer. Hij werd in de periode na 1720 eigenaar van al het land in Faan en Niekerk en kon zich daarmee politieke macht verwerven in de Ommelander Landdag. Bovendien was de Mepsche grietman, een soort rechter, in Oosterdeel-Langewold. Hij had dus veel macht en dat leidde in 1731 tot de   veroordeling van een groot aantal personen vanwege vermeende sodomie. Hiervan werden 21 personen in september 1731 in Zuidhorn vermoord en verbrand.

 

[Afbeelding: huis Bijma]

In die tijd was sodomie ( homosexualiteit ) strafbaar waarvoor vaak de doodstraf werd uitgesproken. In de periode 1730- 1733 werden in ons land meerdere processen gevoerd, maar de massale executie van de 21 jongens en mannen tussen 15 en 48 jaar vormde echter een uitzondering. Het is nog altijd onduidelijk of de Mepsche zich heeft laten leiden door louter politieke overwegingen of zich heeft laten inspireren door de opvattingen van de toenmalige predikant in Niekerk. In Niekerk preekte in die tijd dominee Van Bijler, een vroegere vriend van de Mepsche. Ook van de kansel werd sodomie sterk veroordeeld en de opvattingen van dominee Van Byler, schrijver van het boek “De Helsche Boosheit of de Grouwelijke Sonde der Sodomie”, zullen de Mepsche hebben beïnvloed.

 

Volgens de overlevering was de Mepsche, Mepske van ’t Foan, een schurk en machtswellusteling die zich verrijkte ten koste van anderen. Door de homofielenjacht wilde hij politieke tegenstanders uitschakelen.  Daar tegenover staat de opvatting dat de Mepsche handelde vanuit een religieuze overtuiging. Alle ellende in die tijd werd veroorzaakt door de lossen zeden en er werd door de predikanten verwezen naar de ondergang van Sodom en Gomorra.

[Afbeelding: geschrift ondertekend door grietman De Mepsche]

                                                                  

Met name door de hoge kosten van het zogenaamde monsterproces, die hij volgens het Groninger recht zelf moest betalen, ging hij in 1747 failliet. Daarna werd hij drost van Wedde en toen hij in 1754 stierf waren er nog veel schulden.

(Met dank aan Aaltje Kiestra van Streekhistorische Vereniging Aeldekerka)

Borg Bijma

Op de grens van de gemeenten Grootegast en Zuidhorn heeft in de buurtschap het Faan aan de Fanerweg de borg Bijma gestaan. In 1392 wordt voor het eerst melding gemaakt van een huis, mogelijk een steenhuis, dat op deze plek zou hebben gestaan. Vanaf 1525 wordt de naam Bijma (Bywema) genoemd. Het huis vererfde in de 17e eeuw aan Peter de Mepsche, de vader van Rudolf de Mepsche. De laatste liet de borg in 1725 grondig restaureren. Er kwam niet alleen een groot bos bij, er werden ook visvijvers, volières en een waterval aangelegd. Het hele terrein omvatte 37 hectare.

Vrijwel niets herinnert meer aan de borg, het borgterrein en de verschrikkingen die zich daar hebben afgespeeld. Onderzoek en overblijfselen In 1957 is door de toenmalige Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek onderzoek gedaan op het borgterrein. Een groot deel van de funderingen en enkele keldervloeren van de borg bleken nog aanwezig te zijn. Ook de resten van de grachten en visvijvers konden worden blootgelegd. Na onderzoek is alles weer toegedekt. Documentatie inclusief foto’s worden bewaard door Aeldekerka. De uitstulping in de berm aan de oostkant van de weg met een groepje bomen is een van de restanten die is overgebleven. Die uitstulping diende om de rijtuigen de draai te laten maken om de ingang naar het borgterrein te nemen.